India
Speciale pagina's
Na Indië kwam India
Het was heel anders dan in Indonesië. Het gaat te ver om hier alle verschillen te noemen. Maar voor Riek die het gezin verzorgde was het aansturen van de bedienden een constante bron van aandacht om niet te zeggen ergernis. In Indonesië had zij één baboe en een kebon, tuinman die alle huishoudelijke karweitjes deden. In India had ze een hele brigade een chauffeur, kok, bearer, aya, sweeper, dhobi, dhursey en mali.
Het was even wennen voor Riek, maar zij moest meedoen aan de activiteiten die de echtgenote van de ambassadeur periodiek voor de echtgenotes van de medewerkers van de ambassade placht te organiseren: bridge, debatteren, declameren, bloemschikken, kooksessies en bijeenkomsten voor de dames. Bovendien waren na de moesson bijna dagelijks parties waar het echtpaar verplicht naar toe moest. Er was natuurlijk een dress code: formeel tenzij anders vermeld op de uitnodiging. Dames werden geacht niet meer dan 1 keer met dezelfde jurk te verschijnen. Riek was expert in het omkatten van avondjurken. Dhursey veranderde jurken zodanig dat ze niet herkenbaar waren.
Om de overgang eenvoudiger te maken werd vanaf hun komst in New Delhi thuis Engels gesproken. De oudste jongens gingen naar de privé school van Mrs Law, die een goede vriendin werd. Binnen de kortste tijd waren zij de taal machtig. Dat ging wel ten koste van het Nederlands maar gelukkig pikten ze dat later eenvoudig op.
Huize Schäffer mag gerust een zoete inval worden genoemd. Ongenode gasten konden altijd blijven eten en nieuw gearriveerden en vrienden konden soms wel maanden blijven dineren en in enkele gevallen logeren. Enkele van de gasten werden vrienden voor het leven waar Riek van genoot. Haar advies was om nooit iets terug te verwachten, maar blij te zijn dat je kon helpen.
Boet besteedde al zijn vrije tijd aan de jacht. Om en nabij New Delhi werd op waterwild en houtduiven gejaagd. Als hij vakantie had dan ging het hele gezin voor een aantal weken naar de boerderij van Major Rikhie of een Dakh bungalow. De voorbereidingen voor deze vakanties rusten geheel op de schouders van Riek. Zij had een speciale voorraadkamer waar zij een voorraad aanlegde van wat er op jacht nodig zou zijn om het gezin te voeden. Meel, om witbrood en pannenkoeken te maken, jams, thee, koffie, dikke melk een hele auto vol. In de jachtgebieden was geen wit brood te koop. Dus Riek bakte het zelf. Niet in een oven maar in een wonderpan. Roti kukus werd in een stoompan gemaakt. Dat de nodige potten en pannen mee moesten hoeft geen betoog.
De oudste jongens jaagden naar hartenlust in Defence Colony. Ze reden dan met 2 man op een heren fiets. De schutter zat op de stang of bagagedrager, afhankelijk van de omstandigheden. Als ze op duiven op de grond jaagden zal de schutter op de stang, zaten de duiven op de daken van huizen dan zat hij op de bagagedrager. Zij gebruikten een krachtige windbuks. Als een duif op een dak viel, werd aangebeld en mocht het beestje altijd worden opgehaald. Het is opmerkelijk dat niemand zich stoorde aan 2 jongetjes die te fiets vogeltjes schoten.
Riek en Boet besloten om in mei 1965 met verlof naar Nederland te gaan. Met dezelfde boot, in dezelfde hut. De chauffeur xou meegaan en na 3 maanden zou Boet met de chauffeur in zijn nieuwe auto, die hij in Nederland zou kopen, terug naar India te gaan. Niet naar New Delhi maar naar Bombay, waar Boet was benoemd tot Consul Generaal.
Het mocht niet zo zijn. Terugkomend van de laatste jacht voor het vertrek naar Nederland, belande zijn auto tegen een boom. Oorzaak onbekend. 2 doden Boet en Marius. 2 zwaar- en 1 licht gewonde. Bij de zwaar gewonden was een vriendje van de jongens. Hij had ieder denkbaar bot in zijn lichaam gebroken en mocht bijna 9 maanden niet naar Nederland worden vervoerd. Nu 60 jaar laten, is niets van het ongeluk meer te bespeuren, alweer een puik stukje werk van de medische staf van het militaire ziekenhuis. Riek was zo begaan met het lot van dit vriendje; enig kind van een echtpaar op leeftijd, dat ze nauwelijks tijd had om aan haar eigen verdriet te denken.
Het huis in Delhi moest worden opgedoekt. Zij besloot naar Nederland terug te gaan op de reeds geplande datum, met de ss Victoria.
Riek: "Vraag niet hoe ik New Delhi heb verlaten. Alweer zoveel dierbare dingen achter latend. De onbekende toekomst tegemoet, achterlatend een stuk hart van mij bloedend want mijn bezielde kracht was voor mij verloren. Boet die ik al kende vanaf mijn 16e jaar was een onuitwisbaar deel van mijn leven. En dan mijn allerliefste Jusje, mijn kind, mijn schatje, ook weg. Alleen de dierbare herinneringen zijn er. Opgepropt in dat kastje van mij, en van tijd tot tijd komt het er opeens uit, zo ook nu."
Zo verzot als Boet op de jacht was, zo verafschuwde Riek het. Niet zonder reden, bij Boet moest alles wijken voor de jacht; hij kocht liever een nieuw geweer, dan een nieuw pak. Niet erg als je het kon veroorloven, maar Boet was bereid om zich voor de jacht in de schulden te steken. Soms tot wanhoop van Roek. Maar zij had bij haar huwelijk er mee ingestemd hem als hoofd van het gezin te vol;gen en dat deed ze. Geen haar op haar dat er aan dacht hem te verlaten.
Riek kon uitstekend schieten. Dat demonstreerde op iedere nieuwe plek waaar het gezin ging logeren voor een jacht partij. Als Boet met de jongens weg was, was zij alleen thuis, maar niemand is ooit op het idee gekomen haar lastig gevallen.
Eens was zij thuis met de kleintjes toen in de tuin van de Dakh bungalow twee jungle cock aan het baltsen waren. Zij keken naar het schouwspel en Maruys zei dat het jammer was zulke mooie volgels te doden.
Op een dag werd Andre tijdens de tijgerjacht, door een tijger aangevallen en ernstig gewond. Zijn ondeerkin hing op zijn borst en hij had diepe rijtwonden op zijn schouder en rug, Boet had de tegenwoordigheid van geest om te wonden met sulfa te bestrooien en ontsmetten. Hij bond de kin zo goed en zo kwaad het ging te verbinden.
Een eerste hulppost op een uur rijden kon niets voor hem doen. Hij moest naar Delhi; gelukkig hadden ze wel wat morfine om de pijn te verzachten. De reis naar Delhi duurde 9 uur. Al die tijd zat Riek, achter iin de statiocar, het hoofd van Andre op schoot, vastgehouden met beide handen om zoveel mogelijk de schokken op te vangen.
In het militair ziekenhuis van Delhi, waar men gewend was zwaar gewonden te behandelen, waren doctoren ruim 10 uur bezig om de wonden te behandelen. Zijn kaken werden vastgezet en hij werd gevoed door een slang in zijn keel.
Zijn leven hing aan een zijden draad, na ruim 36 uur, zei de hoofdbehandelaar dat het tijd was voor een borrel Andre ging het redden.
Hij moest opnieuw leren praten en z'n hele leven heeft hij last gehad van de gevolgen van de verwonderingen. Maar ook hij wasbesmet met het jachtvirus.
Riek kon uitstekend schieten. Dat demonstreerde op iedere nieuwe plek waaar het gezin ging logeren voor een jacht partij. Als Boet met de jongens weg was, was zij alleen thuis, maar niemand is ooit op het idee gekomen haar lastig gevallen.
Eens was zij thuis met de kleintjes toen in de tuin van de Dakh bungalow twee jungle cock aan het baltsen waren. Zij keken naar het schouwspel en Maruys zei dat het jammer was zulke mooie volgels te doden.
Op een dag werd Andre tijdens de tijgerjacht, door een tijger aangevallen en ernstig gewond. Zijn ondeerkin hing op zijn borst en hij had diepe rijtwonden op zijn schouder en rug, Boet had de tegenwoordigheid van geest om te wonden met sulfa te bestrooien en ontsmetten. Hij bond de kin zo goed en zo kwaad het ging te verbinden.
Een eerste hulppost op een uur rijden kon niets voor hem doen. Hij moest naar Delhi; gelukkig hadden ze wel wat morfine om de pijn te verzachten. De reis naar Delhi duurde 9 uur. Al die tijd zat Riek, achter iin de statiocar, het hoofd van Andre op schoot, vastgehouden met beide handen om zoveel mogelijk de schokken op te vangen.
In het militair ziekenhuis van Delhi, waar men gewend was zwaar gewonden te behandelen, waren doctoren ruim 10 uur bezig om de wonden te behandelen. Zijn kaken werden vastgezet en hij werd gevoed door een slang in zijn keel.
Zijn leven hing aan een zijden draad, na ruim 36 uur, zei de hoofdbehandelaar dat het tijd was voor een borrel Andre ging het redden.
Hij moest opnieuw leren praten en z'n hele leven heeft hij last gehad van de gevolgen van de verwonderingen. Maar ook hij wasbesmet met het jachtvirus.
Al spoedig had hij contact met Major Rikhie. Een gepensioneerde legerofficier die een kleine boerderij aan de rand van de jungle had. Boet en zijn gezin waren er graag geziene gasten. Zo'n 300 km van New Delhi tegen de uitlopers van de Himalaya lag het in Kitcha, echt afgelegen. Een walhalla voor de jager. Rood- zwart- en waterwild. Zelfs tijgers en panters! Wanneer het gezin Schäffer kwam logeren stuurde de Majoor een boodschappenlijstje voornamelijk Johny Wakker Black en Heineken bier; Riek zorgde voor de proviand die in het afgelegen Kitcha niet te koop was. Jam, noodles enfin bijna alles wat een Indisch gezin nodig had en dat men in India niet kende.
Er was geen stromend water, riool of toilet op de boerderij. Voor Riek had de Majoor een toilet van riet laten neerzetten. Een houten kist met gat boven een gat in de grond. Na iedere grote boodschap moest er een schep wit spul op gegooid om de stank te onderdrukken. Baden deed men in een badkamer waar een grote bak met koud water stond. Je kon ook kiezen om te douchen. Dan werd een bak op het dak gevuld met water van de gewenste temperatuur. Er stond de hele dag een oliedrum water op een houten vuur; als iemand wilde douchen dan werd die bak gevuld door bedienden. Een leiding liep naar de badkamer en klaar was kees. Mocht je langer dan 3 minuten willen douchen liet je dat weten aan de bedienden of schreeuwde je vanuit de badkamer dat er water nodig was.
Het ontbijt werd 's-ochtend op het platte dak geserveerd. Tussen het ontbijten door werd er op overvliegende duiven geschoten. Groen of houtduiven, vooral de groene duif werd op prijs gesteld. Groter dan een houtduif, ongeveer ter grote van een poussin was het een heerlijk gevogelte. Een van de jongens vertelde eens dat hij een stekelvarken had zien lopen. Major Rikhie gelaste hem om terug te gaan en het beest te schieten. Dat deed hij en het beest werd verwerkt in een overheerlijke kerrie. Een deel werd verwerkt in achar, een soort kerrie dat wel een maand goed bleef. Het was overheerlijk.
De kok kwam in opstand toen 1 van de jongens met een python kwam aandragen. Hij had het beest gevild en een paar dikke moten afgesneden. Major rickhie kwam tussenbeide, de slang mocht niet worden bereid in de keuken. Hij kon het risico niet nemen dat de kok ontslag zou nemen.
Er was geen stromend water, riool of toilet op de boerderij. Voor Riek had de Majoor een toilet van riet laten neerzetten. Een houten kist met gat boven een gat in de grond. Na iedere grote boodschap moest er een schep wit spul op gegooid om de stank te onderdrukken. Baden deed men in een badkamer waar een grote bak met koud water stond. Je kon ook kiezen om te douchen. Dan werd een bak op het dak gevuld met water van de gewenste temperatuur. Er stond de hele dag een oliedrum water op een houten vuur; als iemand wilde douchen dan werd die bak gevuld door bedienden. Een leiding liep naar de badkamer en klaar was kees. Mocht je langer dan 3 minuten willen douchen liet je dat weten aan de bedienden of schreeuwde je vanuit de badkamer dat er water nodig was.
Het ontbijt werd 's-ochtend op het platte dak geserveerd. Tussen het ontbijten door werd er op overvliegende duiven geschoten. Groen of houtduiven, vooral de groene duif werd op prijs gesteld. Groter dan een houtduif, ongeveer ter grote van een poussin was het een heerlijk gevogelte. Een van de jongens vertelde eens dat hij een stekelvarken had zien lopen. Major Rikhie gelaste hem om terug te gaan en het beest te schieten. Dat deed hij en het beest werd verwerkt in een overheerlijke kerrie. Een deel werd verwerkt in achar, een soort kerrie dat wel een maand goed bleef. Het was overheerlijk.
De kok kwam in opstand toen 1 van de jongens met een python kwam aandragen. Hij had het beest gevild en een paar dikke moten afgesneden. Major rickhie kwam tussenbeide, de slang mocht niet worden bereid in de keuken. Hij kon het risico niet nemen dat de kok ontslag zou nemen.
Soms werden er wel 30 duiven op een dag geschoten. Davy, de kok, kon ze heerlijk bereiden in curry, gebraden, maar zijn duivenpastei was heerlijk. Maar na een tijdje kon niemand meer duif zien.
Op een dag ging de telefoon. Riek nam op.
Beller: "Goedemiddag, ik wil graag vier duivenpastieen bestellen."
Riek: "Sorry, u bent verkeerd verbonden. Dit is geen restaurant."
Beller: "Maar dit is toch het nummer van de jongens die op de fiets de duiven jagen?"
Einde duivenhandel.
Op een dag ging de telefoon. Riek nam op.
Beller: "Goedemiddag, ik wil graag vier duivenpastieen bestellen."
Riek: "Sorry, u bent verkeerd verbonden. Dit is geen restaurant."
Beller: "Maar dit is toch het nummer van de jongens die op de fiets de duiven jagen?"
Einde duivenhandel.
De taken waren strikt gescheiden. De sweeper, schoonmaker, werd door de anderen als onrein beschouwd en mocht niets aanraken dat werd gebruikt om mee te eten of drinken. De bearer diende het eten en drinken en was het eerste aanspreekpunt als er iets moest gebeuren, Stel: een dienblad met borden, glazen en schalen met eten valt. Dan kwam de bearer pikte het niet gebroken glaswerk en bestek op, maar liet de scherven en etensresten achter, die werden opgeruimd door de sweeper. Aya zorgde voor de jongste kinderen. Zij baadde ze, kleedde ze, bracht ze naar school., kortom nam alle zorg voor de kleintjes op, zodat hun moeder ze kon knuffelen wanneer ze maar wilde en er verder geen omkijken naar had. Dhobi deed de was, dhursey was de full time kleermaker. De kleding van de jongens, Boet;s overhemden en Riek's jurken, en de benodigde reparaties werden door dhursey gedaan. Mali verzorgde de tuin.
Riek had een dagtaak aan het aansturen van de bedienden.
Riek had een dagtaak aan het aansturen van de bedienden.
Een andere keer, het was al na de bevrijding, was ik op zoek naar Boet. Hij zou met een vriend een vrachtauto proberen te krijgen om de waarde volle stukken van onze kerk in veiligheid te brengen. Een dag van te voren was hij er al naartoe geweest om polshoogte te nemen. Het was er niet bepaald veilig te noemen, maar het kon misschien meevallen. Terwijl hij daar bezig was rond te neuzen en de boel wat te rangschikken hoorde hij plotseling gerinkel opkijkend zag hij een bruine hand met een golok. Onverschrokken riep Boet hem toe ‘Sapa itoe? Kabaal volgde en de dief vluchtte maar Boet vond het toen ook raadzaam de benen te nemen want hij was alleen en op de fiets.
De volgende dag echter kwam hij met zijn vriende ‘de Bolle’ terug met een vrachtauto. Er waren niet alleen de zilveren voorwerpen Heilig Avondmaal en de doopvont, maar ook stapels borden, kopjes en wat niet meer. Ze waren maar met zijn twee-en en dus duurde het lang. Veel te lang naar mijn zin. Dus ging ik op zoek naar Boet. Ik wilde beslist gaan kijke wat zij daar deden. Ik stapte op de fiets in een zwangerschapspakje want ik was in verwachting van Paul. Op de hoek van de Javastraat werd ik door een Japanse wacht tegengehouden, toen moesten de Japanners ons beschermen. Hij verbood me verder te gaan, het was te onveilig. Ik probeerde hem uit te leggen dat ik aan de overkant moest zijn want ‘my husband’ was daar bij de kerk. Heel in de verte kon ik de vrachtauto net zien. Na veel zeuren mocht ik op mijn eigen risico verder gaan. Mijn hart bonsde wel want ik wist drommels goed dat dit gevaarlijk terrein was, met veel snipers rondom de spoorlijn en de Landraadweg. Bij de kerk aangekomen kwam Boet net naar buiten met een stapel borden. Hij schrok zich dood toen hij mij zag. Wat doe jij hier baste hij het is hier veel te gevaarlijk. Prompt kwam mijn antwoord Oh ja, als jij hier kunt zijn, dan ik ook. Ik kom je helpen dan zijn we vlugger klaar antwoordde ik hem opgewekt. Boet kon niets meer zeggen en wees me een stapel borden en kopjes die nog mee moesten. Mijn fiets ging ook op de vrachtauto en we kwamen opgelucht weer thuis. Alles kreeg voorlopig een plaatsje in een hele grote ouderwetse kast. Het was fijn dat we ook al die waardevolle spullen voor de kerk in veiligheid hadden kunnen brengen en hopelijk zijn ze daar nog in gebruik.
De volgende dag echter kwam hij met zijn vriende ‘de Bolle’ terug met een vrachtauto. Er waren niet alleen de zilveren voorwerpen Heilig Avondmaal en de doopvont, maar ook stapels borden, kopjes en wat niet meer. Ze waren maar met zijn twee-en en dus duurde het lang. Veel te lang naar mijn zin. Dus ging ik op zoek naar Boet. Ik wilde beslist gaan kijke wat zij daar deden. Ik stapte op de fiets in een zwangerschapspakje want ik was in verwachting van Paul. Op de hoek van de Javastraat werd ik door een Japanse wacht tegengehouden, toen moesten de Japanners ons beschermen. Hij verbood me verder te gaan, het was te onveilig. Ik probeerde hem uit te leggen dat ik aan de overkant moest zijn want ‘my husband’ was daar bij de kerk. Heel in de verte kon ik de vrachtauto net zien. Na veel zeuren mocht ik op mijn eigen risico verder gaan. Mijn hart bonsde wel want ik wist drommels goed dat dit gevaarlijk terrein was, met veel snipers rondom de spoorlijn en de Landraadweg. Bij de kerk aangekomen kwam Boet net naar buiten met een stapel borden. Hij schrok zich dood toen hij mij zag. Wat doe jij hier baste hij het is hier veel te gevaarlijk. Prompt kwam mijn antwoord Oh ja, als jij hier kunt zijn, dan ik ook. Ik kom je helpen dan zijn we vlugger klaar antwoordde ik hem opgewekt. Boet kon niets meer zeggen en wees me een stapel borden en kopjes die nog mee moesten. Mijn fiets ging ook op de vrachtauto en we kwamen opgelucht weer thuis. Alles kreeg voorlopig een plaatsje in een hele grote ouderwetse kast. Het was fijn dat we ook al die waardevolle spullen voor de kerk in veiligheid hadden kunnen brengen en hopelijk zijn ze daar nog in gebruik.
Zo verzot als Boet op de jacht was, zo verafschuwde Riek het. Niet zonder reden, bij Boet moest alles wijken voor de jacht; hij kocht liever een nieuw geweer, dan een nieuw pak. Niet erg als je het kon veroorloven, maar Boet was bereid om zich voor de jacht in de schulden te steken. Soms tot wanhoop van Roek. Maar zij had bij haar huwelijk er mee ingestemd hem als hoofd van het gezin te vol;gen en dat deed ze. Geen haar op haar dat er aan dacht hem te verlaten.
Riek kon uitstekend schieten. Dat demonstreerde op iedere nieuwe plek waaar het gezin ging logeren voor een jacht partij. Als Boet met de jongens weg was, was zij alleen thuis, maar niemand is ooit op het idee gekomen haar lastig gevallen.
Eens was zij thuis met de kleintjes toen in de tuin van de Dakh bungalow twee jungle cock aan het baltsen waren. Zij keken naar het schouwspel en Maruys zei dat het jammer was zulke mooie volgels te doden.
Op een dag werd Andre tijdens de tijgerjacht, door een tijger aangevallen en ernstig gewond. Zijn ondeerkin hing op zijn borst en hij had diepe rijtwonden op zijn schouder en rug, Boet had de tegenwoordigheid van geest om te wonden met sulfa te bestrooien en ontsmetten. Hij bond de kin zo goed en zo kwaad het ging te verbinden.
Een eerste hulppost op een uur rijden kon niets voor hem doen. Hij moest naar Delhi; gelukkig hadden ze wel wat morfine om de pijn te verzachten. De reis naar Delhi duurde 9 uur. Al die tijd zat Riek, achter iin de statiocar, het hoofd van Andre op schoot, vastgehouden met beide handen om zoveel mogelijk de schokken op te vangen.
In het militair ziekenhuis van Delhi, waar men gewend was zwaar gewonden te behandelen, waren doctoren ruim 10 uur bezig om de wonden te behandelen. Zijn kaken werden vastgezet en hij werd gevoed door een slang in zijn keel.
Zijn leven hing aan een zijden draad, na ruim 36 uur, zei de hoofdbehandelaar dat het tijd was voor een borrel Andre ging het redden.
Hij moest opnieuw leren praten en z'n hele leven heeft hij last gehad van de gevolgen van de verwonderingen. Maar ook hij wasbesmet met het jachtvirus.
Riek kon uitstekend schieten. Dat demonstreerde op iedere nieuwe plek waaar het gezin ging logeren voor een jacht partij. Als Boet met de jongens weg was, was zij alleen thuis, maar niemand is ooit op het idee gekomen haar lastig gevallen.
Eens was zij thuis met de kleintjes toen in de tuin van de Dakh bungalow twee jungle cock aan het baltsen waren. Zij keken naar het schouwspel en Maruys zei dat het jammer was zulke mooie volgels te doden.
Op een dag werd Andre tijdens de tijgerjacht, door een tijger aangevallen en ernstig gewond. Zijn ondeerkin hing op zijn borst en hij had diepe rijtwonden op zijn schouder en rug, Boet had de tegenwoordigheid van geest om te wonden met sulfa te bestrooien en ontsmetten. Hij bond de kin zo goed en zo kwaad het ging te verbinden.
Een eerste hulppost op een uur rijden kon niets voor hem doen. Hij moest naar Delhi; gelukkig hadden ze wel wat morfine om de pijn te verzachten. De reis naar Delhi duurde 9 uur. Al die tijd zat Riek, achter iin de statiocar, het hoofd van Andre op schoot, vastgehouden met beide handen om zoveel mogelijk de schokken op te vangen.
In het militair ziekenhuis van Delhi, waar men gewend was zwaar gewonden te behandelen, waren doctoren ruim 10 uur bezig om de wonden te behandelen. Zijn kaken werden vastgezet en hij werd gevoed door een slang in zijn keel.
Zijn leven hing aan een zijden draad, na ruim 36 uur, zei de hoofdbehandelaar dat het tijd was voor een borrel Andre ging het redden.
Hij moest opnieuw leren praten en z'n hele leven heeft hij last gehad van de gevolgen van de verwonderingen. Maar ook hij wasbesmet met het jachtvirus.
Na de zware taak de zaken in India af te wikkelen en afscheid te nemen van enkele heel goede vrienden , kwamen ze bij het schip aan.
Een steward begeleidde hen naar hun hutten. Daar aangekomen viel het Riek op dat ze een heel wat minder mooie hut toegewezen kreeg dan dat was gereserveerd. Zij vroeg de purser te sprteken er moest sprake zijn van een vergissing.
De purser keek het na en zei dat tot zijn spijt er geen sprake was van een vergissing. Nog geen week na de dood van haar man, was er een omboeking gekomen van de eerste naar de tweede klas.
Riek vroeg of de oorspronkelijk geboekte hutten nog vrij waren. Dat was het geval. Riek vroeg of zij in de oorspronkelijke hutten konden reizen als zij het verschil uit eigen zak zou bijleggen. Dat kon en zo kon het gezin de reis in luxe volbrengen. Voor het ontschepen vroeg ze de pursor of zij het verschil kon betalen; dat kon niet. Het moest worden uitgerekend, ze zou de factuur wel nagestuurd krijgen via BZ.
Een jaar na haar komst in Nederland, had zij nog geen rekening ontvangen. Zij schreef Lloyd Triestino en vroeg om de rekening. Er kwam prompt een berief terug, nergens uit de administratie bleek dat zij de firma geld verschuldigd was, met oprechte verontschuldigingen voor het misverstand!
(Het was een attente ambtenaar bij BZ opgevallen dat de weduwe tegen de regels in, in de eerste klas geboekt was. Daar had zij geen recht op. Weduwen en wezen hadden alleen recht op tweede klas passages. Waren alle ambtenaren maar zo oplettend, dan ziou de vlag er veel beter bij hangen).
Een steward begeleidde hen naar hun hutten. Daar aangekomen viel het Riek op dat ze een heel wat minder mooie hut toegewezen kreeg dan dat was gereserveerd. Zij vroeg de purser te sprteken er moest sprake zijn van een vergissing.
De purser keek het na en zei dat tot zijn spijt er geen sprake was van een vergissing. Nog geen week na de dood van haar man, was er een omboeking gekomen van de eerste naar de tweede klas.
Riek vroeg of de oorspronkelijk geboekte hutten nog vrij waren. Dat was het geval. Riek vroeg of zij in de oorspronkelijke hutten konden reizen als zij het verschil uit eigen zak zou bijleggen. Dat kon en zo kon het gezin de reis in luxe volbrengen. Voor het ontschepen vroeg ze de pursor of zij het verschil kon betalen; dat kon niet. Het moest worden uitgerekend, ze zou de factuur wel nagestuurd krijgen via BZ.
Een jaar na haar komst in Nederland, had zij nog geen rekening ontvangen. Zij schreef Lloyd Triestino en vroeg om de rekening. Er kwam prompt een berief terug, nergens uit de administratie bleek dat zij de firma geld verschuldigd was, met oprechte verontschuldigingen voor het misverstand!
(Het was een attente ambtenaar bij BZ opgevallen dat de weduwe tegen de regels in, in de eerste klas geboekt was. Daar had zij geen recht op. Weduwen en wezen hadden alleen recht op tweede klas passages. Waren alle ambtenaren maar zo oplettend, dan ziou de vlag er veel beter bij hangen).