Japan
Speciale pagina's
De Japanse bezetting
Omdat zowel Riek als Boet bij de spoorwegen werkte, hoefden ze niet in het kamp. Het lukte Oma Malie, Tante Hedwig en Oma Bets en kinderen ook om uit het kamp te blijven. Buitenkamers hadden het niet gemakkelijk. Het was een gevaarlijke en onzekere tijd.
Toch besloten Riek en Boet te trouwen. Het werd voor hun een onvergetelijke dag, die Opa Beste en Ernst moesten missen. Het jonge echtpaar trok in bij de schoonmoeder van Riek. Daar werden ze op een avond opgeschrikt doordat Boet werd gearresteerd en op een vrachtwagen afgevoerd. Hij bleef de rest van de oorlog in verschillende strafgevangenissen. (Spencer heeft uitvoerig onderzoek gedaan en schrijft over deze periode in zijn boek).
Riek ging na de arrestatie van Boet weer bij haar moeder wonen. Tante kleine Wies met haar kinderen Yvonne en Wouter waren er ook ingetrokken. Oma An hielp haar jongere zuster bij wie zij woonde. De bedienden waren gebleven, ondanks dat er geen geld was om hun maandloon uit te betalen. Zij waren al blij een dak boven het hoofd te hebben.
In het begin werkten zowel Riek als Hedwig en konden zij financieel de kosten van het huishouden dragen. Eind 1943, was het niet meer verantwoord om uit te gaan werken, de kans te worden aangevallen op straat. Alle juwelen moesten er aan geloven, die werden geruild voor eten en andere noodzakelijke dingen. Naast de juwelen vonden kleding en lakens en dekens hun weg naar de ruilmarkt. Alle Indo's zaten in hetzelfde schuitje en hadden niets te makken. De spullen vonden hun weg naar de kampong waar ze werden geruild. Dat ruilen werd gedaan door de Soendanese baboe, die zich wel op straat konden vertonen.
Er was grote onzekerheid over het lot van Ernst, enkele van zijn mede opvarenden waren bij Oma Beste langs gegaan om haar te vertellen wat er was gebeurd en haar te condoleren. Zij weigerde te geloven dat de jongen dood was en hielden vast aan de wens dat hij op een onbewoond eiland was aangespoeld. Van Opa Beste en enkele neven kwamen uit krijgsgevangenschap postkaarten, met standaard inhoud in het Maleis. De groeten en het gaat goed in het kamp. Boet zat in een strafgevangenis en van hem kwam af en toe bericht. Er was een Indonesische bewaarder, Tega, die met gevaar voor eigen leven berichten voor en van gevangenen smokkelde. Ook bracht hij soms medicijnen en eten voor Boet en zijn celgenoten. Hij bleef un contact met Boet, tot diens vertrek naar Nederland.
Opa Beste was een beetje doof. Hij kreeg een keer klappen omdat hij niet reageerde op een bevel van een Japanner die achter hem stond. Hij maakte van hout twee schildjes waarop hij een oor en "ik ben doof" in het Maleis en Japans had gezet. De schildjes vielen de kamp commandant op, hij vroeg of Opa voor hem uniformknopen kon snijden. Dat kon Opa wel. De Japanner liet Opa op zijn kantoor werken. Meestal moest hij knopen van been snijden. Op een dag, was Opa alleen op kantoor en kon hij de verleiding niet weerstaan om een manga uit de fruitschaal te pikken. Onverwachts kwam de commandant binnen, die deed net of hij niet gezien had dat Opa aan het eten was. Daar had Opa geluk bij, de commandant behield zijn kunstenaar en Opa zijn dagelijks fruithapje.
Toen Opa na de bevrijding uit het kamp kwam had hij een flesje multivitamine pillen bij zich. Gevraagd waarom hij ze niet had ingenomen. antwoordde hij dat hij ze had bewaard voor mindere tijden.
Na de Japanse capitulatie was een bende ploppors op weg naar de gevangenis om de gevangenen een kopje kleiner te maken. Dat werd verhinderd door Britse soldaten. Hun commandant raakte in gesprek met een gevangene, Boet.
Het was aan de Baladenweg dat Boet zijn eerste huiszoekingen kreeg, Ik weet helaas niet meer of het er twee of drie zijn geweest waren. Ik herinner me dat er 1 was geweest waarin een woordenboek van de HBS een rol speelde. Dat was een prima afleiding manouvre voor Boet om meteen op de HBS over te schakelen, al bladerende in een Duits woordenboek verwijderde hij zich van de plaats des onheils en gelukkig hapte die inspecteur er meteen in. Dat was maar goed ook want die woordenboeken stonden op die kast waar de radio waarmee Boet luisterde in die kast. Verborgen achter zijn kleren. Wat een opluchting en tegelijkertijd een triomf. Wat was die inspecteur makkelijk afgeleiden hoe hapte hij erin, gnoof Boet naderhand. In een andere kamer had Puck, Boet’s zuster van haar verloofde afgezaagde mortieren gekregen, prachtig bewerkt tot vazen en asbakken. Ook dat was een prachtige afleiding manouvre. Ik denk dat er iets in Boet was van overmoed, er kon hem immers niets gebeuren. Dat was geloof ik de start om later een soort arsenaal in huis te halen. Vooral omdat hij later in de Titiranlaan Huug van Moerkerken leerde kennen, een ondergedoken Marine officier die heel veel vernuftige dingen uitdacht. Het was bijvoorbeeld voor Hugo van Moerkerken een koud kunstje Pendafteran’s na te maken, een soort paspoort. Wat vond ik dat geweldig spannend en interessant toen ik eens met Boet bij Hugo binnen kwam lopen en hij ermee bezig was. Achteraf beschouwd toch een waagstukje want ons motto was immers ‘zo min mogelijk loslaten, alleen een bepaald aantal personen die iets wisten en niet meer ‘
Ik was toevallig wel een keer aanwezig met een huiszoeking aan de Beladeweg. Er werd geklopt, toen nog vrij netjes ‘open doen, huiszoeking’. Alweer? Kalm maakte Boet de deur open en nodigde de inspecteur ui binnen te komen. Boet’s stem was vlak, beleefd en niets liet merken dat hij behoorlijk op zijn hoede was, en daarbij ik was erbij. Ook ik was wonderlijk kalm. Wat een Greta Garbo kan er toch in iemand schuilen als de nood aan de man komt. Boet leidde de inspecteur het huis rond. Ha daar proefde Boet een afleidingsmaouvre. De man bleek gek op grammofoonplaten te zijn. Vlug werd er een plaatsje gedraaiden daar danste Boet met Riek in het rond. Lachend werd de huiszoeking beeindigd. Het gevaar was weer geweken. Dit huis aan de Baladeweg moest in allerijl verlaten worden. De Japanners hadden het nodig, het lag dicht bij vliegveld Andir. Hij had geen eens tijd om mij te waarschuwen. Ik weet niet meer hoe Boet het voor elkaar kreeg om in zo’n korte tijd grobaks te krijgen alleen weet ik nog dat de sabel van Puck’s verloofde in de regenpijp achterbleef. We hebben ons nooit meer druk gemaakt of het eventueel verstoppingen had veroorzaakt. Nu kwam de Titiranlaan aan de beurt. Dit huis leende zich prima om allerlei oorlogsvoer te verbergen. Vooral omdat Hugo van Moerkerken en Frits Suyderhoud naast hem woonden. Al gauw vonden ze elkaar en werd er wat bekokstoofd. Hugo was werkelijk enor
Ik was toevallig wel een keer aanwezig met een huiszoeking aan de Beladeweg. Er werd geklopt, toen nog vrij netjes ‘open doen, huiszoeking’. Alweer? Kalm maakte Boet de deur open en nodigde de inspecteur ui binnen te komen. Boet’s stem was vlak, beleefd en niets liet merken dat hij behoorlijk op zijn hoede was, en daarbij ik was erbij. Ook ik was wonderlijk kalm. Wat een Greta Garbo kan er toch in iemand schuilen als de nood aan de man komt. Boet leidde de inspecteur het huis rond. Ha daar proefde Boet een afleidingsmaouvre. De man bleek gek op grammofoonplaten te zijn. Vlug werd er een plaatsje gedraaiden daar danste Boet met Riek in het rond. Lachend werd de huiszoeking beeindigd. Het gevaar was weer geweken. Dit huis aan de Baladeweg moest in allerijl verlaten worden. De Japanners hadden het nodig, het lag dicht bij vliegveld Andir. Hij had geen eens tijd om mij te waarschuwen. Ik weet niet meer hoe Boet het voor elkaar kreeg om in zo’n korte tijd grobaks te krijgen alleen weet ik nog dat de sabel van Puck’s verloofde in de regenpijp achterbleef. We hebben ons nooit meer druk gemaakt of het eventueel verstoppingen had veroorzaakt. Nu kwam de Titiranlaan aan de beurt. Dit huis leende zich prima om allerlei oorlogsvoer te verbergen. Vooral omdat Hugo van Moerkerken en Frits Suyderhoud naast hem woonden. Al gauw vonden ze elkaar en werd er wat bekokstoofd. Hugo was werkelijk enor
Daarom was ik, heel veel jaren later, zo verontwaardigd dat John postuum een VerzetsHerdenkingKruis had gekregen en Hugo niet. Ik had niet eens voor Boet gesproken, want die was toen al dood, hij had het niet meer nodig, hij was niet meer van de aarde. John de verrader van Boet had het wel en mensen die de eer verdienden hadden het niet. Wat was ik boos. Zo boos dat ik een heel hatelijke brief had geschreven aan het Comitee. Ik weet helaas niet mer wat ik heb geschreven, want dit keer had ik er geen duplicaat van gemaakt. Ik weet alleen een ding dat die brief wel is opgevallen door mijn sarcasme want Hugo kwam mij vertellen dat hij een gesprek had met een der kopstukken van het comitee die zei dat die mevrouw Schäffer zo’n brief had geschreven dat zelfs de honden er geen brood van lusten. Hugo zei lachend dat daardoor wel de aandacht op hem was gevallen. Ik ben blij dat ik daardoor tenminste iets heb mogen bijdragen voor zijn VerzetsHerdenkingKruis. Ik had het niet eens speciaal over Boet gehad omdat Boet zelf amper over deze gevangenistijd heeft verteld. Het was te erg zei hij alleen en de nachtmerries waaraan hij leed toen hij pas uit de gevangenis kwam getuigden daarvan. Ik schrok me wezenloos bij het moord en rand gillen, dat had ik nooit eerder gehoord van hem. In elk geval voelde Hugo zich toen redelijk verplicht om Boet voor te dragen. Met voldoening kan ik constateren dat en Hugo en Boet dus toch uiteindelijk ook een VHK hebben gekregen.
Ook de Titiranlaan werd in de grootste haast verlaten. Er werd gewaarschuwd dat iedereen daar vermoord zou worden. Helaas wilde niet iedereen dat geloven, zij moesten dat met de dood bekopen. Achter de straat Titiranlaan grensde de kampong met veel gespuis. Ook ik heb daar een angstig avontuur beleefd. Het was in die vreemde warrige tijd dat je niet meer wist wie je vriend of vijand was. Op een zekere dag ging ik naar mijn oom en tante aan de Hoytewaweg. Het begon hier en daar al rumoerig te worden met de pemoeda’s. Vreemd genoeg beschermde de Japanners ons toen. Hoe vreemd was die tijd, wie was er morgen je vriend of vijand. De Japanners of juiste de Indonesiers? In elk geval ging ik vol goede moed naar de familie toen. Ik was wel wat uitdagend gekleed, heel demonstratief in het rood, ceintuur om mijn middel. Toen ik de Dagoweg afreed kwam ik op het onzalige idee om een kortere route te kiezen en ging dwars door de kampong. Opeens kreeg ik kippenvel hier en daar uit de sawah’s doken mannen op met hun kapmes in de hand. Ze kwamen op me af en probeerde op hun manier de kortste weg. Ik riep God om hulp. Ik kan het nog steeds niet begrijpen maar het leek alsof ik door de kampong vloog. In razende vaart fietste ik bocht in en bocht uit, als ik toen uit de bocht was gevlogen had ik vast deze brief niet kunnen schrijven. Telkens dacht ik wat vreemd het lijkt alsof ik vlieg. Ik denk dat ik toen een record heb verbroken als ze mijn tijd hadden opgenomen. Trillend en bekaf kwam ik bij Boet aan en was gelukkig weer veilig thuis. Als ik het goed bekijk was niet alleen Boet overmoedig. Het soort overmoed dat mijn kinderen elk op hun wijze helaas ook hebben geerfd. Ik denk dat ook ik in die tijd niet zo bang was als nu, na zoveel klappen in mijn leven.
Een vriendin had me gevraagd of ik een manier wist om een groot Marine geweer, een heel oud exemplaar, uit haar huis te krijgen want zij was bang dat het ontdekt zou worden. Een tijd van te voren had ik bij haar al wat revolvers opgehaald daar waren mijn stuur- en rijtassen op mijn fiets prima voor. Maar dit voor historisch geval was een onmogelijke puzzel.Zoals altijd vond Boet daar een oplossing voor. Het werd van de zolder gehaald maar Boet kon het niet demonteren, misschien wel door anderen maar niet door Boet. Hij was helemaal niet technisch aangelegd, dat wist ik wel zo’n beetje, maar later had hij het wel bezwezen.
Een vriendin had me gevraagd of ik een manier wist om een groot Marine geweer, een heel oud exemplaar, uit haar huis te krijgen want zij was bang dat het ontdekt zou worden. Een tijd van te voren had ik bij haar al wat revolvers opgehaald daar waren mijn stuur- en rijtassen op mijn fiets prima voor. Maar dit voor historisch geval was een onmogelijke puzzel.Zoals altijd vond Boet daar een oplossing voor. Het werd van de zolder gehaald maar Boet kon het niet demonteren, misschien wel door anderen maar niet door Boet. Hij was helemaal niet technisch aangelegd, dat wist ik wel zo’n beetje, maar later had hij het wel bezwezen.
Gelukkig stond er een oude canape die zijn beste jaren achter de rug had. Er werd gepast en gemeten. Wat een geluk, de voorlader kon er net in. Als het heel voorzichtig werd gedaan dan kon je van buitenaf niet zien dat er heel geniepig ertussen een geweer verscholen lag. Daar gingen we dan. Boet met een andere jongeman ‘de Bolle’ de grobak voortduwend en ik op de fiets dartelend erachteraan. He gelukkig een paar Japanse wachtten werden moeiteloos gepasseerd. Hoe je ook reed, je moest er altijd een paar passeren. Wat waren we blij toen we thuis kwamen.
Oei opeens denk ik aan een ander voorval. Het werd strenger en strenger met die schildwachten. Opeens was het verplicht voor hen te buigen. Je moest dan afstappen en dan buigen. Het werd een sport voor mij om het geschikte moment af te wachtten om maar niet te hoeven buigen. Dat wilde ik niet, om voor zo’n vent te buigen Bah. Elke ochtend kwam ik triomfantelijk op het kantoor van Staats Spoor. Lekker niet gebogen. Op een ochtend gebeurde het echter. Ik mat de afstand tot de schildwacht. Zou het weer lukken?
Enfin even proberen maar weer. Er kwam helaas geen kip langs. Niets en niemand was er tussen hem en mij. Ik had het kunnen weten maar toch even geprobeerd. Tussen mijn wimpers door gluurde ik naar die rot Japnner. Het leek alsof hij niet keek. Toen de spurt erin. Als een duveltje uit een doosje sprong hij eensklaps uit het schildwachtershuisje, dreigend zijn bajonet naar mijn gezicht brulde hij ’Too!’
En wat deed ik? Binnen 1 seconde stond ik naast mijn fiets en boog braaf. En ik mocht weer verder. Vanaf dat moment was er niets meer aan en ik boog elke dag braaf.
Oei opeens denk ik aan een ander voorval. Het werd strenger en strenger met die schildwachten. Opeens was het verplicht voor hen te buigen. Je moest dan afstappen en dan buigen. Het werd een sport voor mij om het geschikte moment af te wachtten om maar niet te hoeven buigen. Dat wilde ik niet, om voor zo’n vent te buigen Bah. Elke ochtend kwam ik triomfantelijk op het kantoor van Staats Spoor. Lekker niet gebogen. Op een ochtend gebeurde het echter. Ik mat de afstand tot de schildwacht. Zou het weer lukken?
Enfin even proberen maar weer. Er kwam helaas geen kip langs. Niets en niemand was er tussen hem en mij. Ik had het kunnen weten maar toch even geprobeerd. Tussen mijn wimpers door gluurde ik naar die rot Japnner. Het leek alsof hij niet keek. Toen de spurt erin. Als een duveltje uit een doosje sprong hij eensklaps uit het schildwachtershuisje, dreigend zijn bajonet naar mijn gezicht brulde hij ’Too!’
En wat deed ik? Binnen 1 seconde stond ik naast mijn fiets en boog braaf. En ik mocht weer verder. Vanaf dat moment was er niets meer aan en ik boog elke dag braaf.
Een andere keer, het was al na de bevrijding, was ik op zoek naar Boet. Hij zou met een vriend een vrachtauto proberen te krijgen om de waarde volle stukken van onze kerk in veiligheid te brengen. Een dag van te voren was hij er al naartoe geweest om polshoogte te nemen. Het was er niet bepaald veilig te noemen, maar het kon misschien meevallen. Terwijl hij daar bezig was rond te neuzen en de boel wat te rangschikken hoorde hij plotseling gerinkel opkijkend zag hij een bruine hand met een golok. Onverschrokken riep Boet hem toe ‘Sapa itoe? Kabaal volgde en de dief vluchtte maar Boet vond het toen ook raadzaam de benen te nemen want hij was alleen en op de fiets.
De volgende dag echter kwam hij met zijn vriende ‘de Bolle’ terug met een vrachtauto. Er waren niet alleen de zilveren voorwerpen Heilig Avondmaal en de doopvont, maar ook stapels borden, kopjes en wat niet meer. Ze waren maar met zijn twee-en en dus duurde het lang. Veel te lang naar mijn zin. Dus ging ik op zoek naar Boet. Ik wilde beslist gaan kijke wat zij daar deden. Ik stapte op de fiets in een zwangerschapspakje want ik was in verwachting van Paul. Op de hoek van de Javastraat werd ik door een Japanse wacht tegengehouden, toen moesten de Japanners ons beschermen. Hij verbood me verder te gaan, het was te onveilig. Ik probeerde hem uit te leggen dat ik aan de overkant moest zijn want ‘my husband’ was daar bij de kerk. Heel in de verte kon ik de vrachtauto net zien. Na veel zeuren mocht ik op mijn eigen risico verder gaan. Mijn hart bonsde wel want ik wist drommels goed dat dit gevaarlijk terrein was, met veel snipers rondom de spoorlijn en de Landraadweg. Bij de kerk aangekomen kwam Boet net naar buiten met een stapel borden. Hij schrok zich dood toen hij mij zag. Wat doe jij hier baste hij het is hier veel te gevaarlijk. Prompt kwam mijn antwoord Oh ja, als jij hier kunt zijn, dan ik ook. Ik kom je helpen dan zijn we vlugger klaar antwoordde ik hem opgewekt. Boet kon niets meer zeggen en wees me een stapel borden en kopjes die nog mee moesten. Mijn fiets ging ook op de vrachtauto en we kwamen opgelucht weer thuis. Alles kreeg voorlopig een plaatsje in een hele grote ouderwetse kast. Het was fijn dat we ook al die waardevolle spullen voor de kerk in veiligheid hadden kunnen brengen en hopelijk zijn ze daar nog in gebruik.
De volgende dag echter kwam hij met zijn vriende ‘de Bolle’ terug met een vrachtauto. Er waren niet alleen de zilveren voorwerpen Heilig Avondmaal en de doopvont, maar ook stapels borden, kopjes en wat niet meer. Ze waren maar met zijn twee-en en dus duurde het lang. Veel te lang naar mijn zin. Dus ging ik op zoek naar Boet. Ik wilde beslist gaan kijke wat zij daar deden. Ik stapte op de fiets in een zwangerschapspakje want ik was in verwachting van Paul. Op de hoek van de Javastraat werd ik door een Japanse wacht tegengehouden, toen moesten de Japanners ons beschermen. Hij verbood me verder te gaan, het was te onveilig. Ik probeerde hem uit te leggen dat ik aan de overkant moest zijn want ‘my husband’ was daar bij de kerk. Heel in de verte kon ik de vrachtauto net zien. Na veel zeuren mocht ik op mijn eigen risico verder gaan. Mijn hart bonsde wel want ik wist drommels goed dat dit gevaarlijk terrein was, met veel snipers rondom de spoorlijn en de Landraadweg. Bij de kerk aangekomen kwam Boet net naar buiten met een stapel borden. Hij schrok zich dood toen hij mij zag. Wat doe jij hier baste hij het is hier veel te gevaarlijk. Prompt kwam mijn antwoord Oh ja, als jij hier kunt zijn, dan ik ook. Ik kom je helpen dan zijn we vlugger klaar antwoordde ik hem opgewekt. Boet kon niets meer zeggen en wees me een stapel borden en kopjes die nog mee moesten. Mijn fiets ging ook op de vrachtauto en we kwamen opgelucht weer thuis. Alles kreeg voorlopig een plaatsje in een hele grote ouderwetse kast. Het was fijn dat we ook al die waardevolle spullen voor de kerk in veiligheid hadden kunnen brengen en hopelijk zijn ze daar nog in gebruik.
In dat heerlijk weekje van ons huwelijk zeurde ik om een bed leeslampje. Gewapend met wat schroevendraaiers en tangen begon hij aan het karwei. Het leek goed te gaan, maar toen hij het uit wilde proberen sidderde het hele bed van de schok die wij ondergingen. Wat hebben we later krom gelegen van het lachen, er werd geplaagd, geknuffeld en gestoeid om de mislukte carriere van de mechanicien.